U bevindt zich hier: Niersteencentrum Amsterdam > Nierstenen

Nierstenen

Nierstenen kunnen behoorlijke zeurende pijnklachten geven. En ze kunnen pijnaanvallen (koliekpijnen) veroorzaken. Koliekpijn ontstaat wanneer een niersteen vanuit de nier de urineleider inschiet en daar blijft steken. Doordat de steen vastzit in de urineleider, kan de urine niet goed worden afgevoerd. De nier raakt hierdoor steeds verder gevuld met urine. Dit noemt men stuwing (dilatatie) en kan veel pijn geven. Dit kan ertoe leiden dat u een flexibel, plastic buisje (dubbel j-katheter) of nefrodrain krijgt. Soms kan ook pijn ontstaan doordat een niersteen klem zit in de hals van een nierkelk.

Hoe herken ik nierstenen?

Nierstenen geven niet altijd klachten. De pijn ontstaat pas als een niersteen vast komt te zitten. Vaak begint het met een vage, weinig opvallende pijn in de onderrug (flanken). Geleidelijk wordt de pijn feller en komt in steeds hevigere aanvallen, meestal aan de zijkant van de buik. De pijn trekt vaak door naar de lies, het bovenbeen of de geslachtsorganen. Tijdens een aanval is er vaak extreme behoefte om te bewegen. Patiënten zijn rusteloos en lopen vaak rond. Sommige mensen kruipen letterlijk over de grond van de pijn. Soms is tegelijkertijd sprake van koorts door een bijkomstige urineweginfectie. Andere mogelijke klachten zijn misselijkheid, braken, zweten, bloed in de urine en vaker moeten plassen.

Wat is er aan te doen?

Als u een niersteenaanval heeft, is het belangrijkste dat u medicijnen krijgt om de pijn weg te nemen. Ook medicijnen die de spieren van de urinewegen helpen ontspannen, kunnen helpen. De urinewegen worden hierdoor wijder, waardoor de steen makkelijker kan worden uitgeplast. De meest gebruikte medicijnen zijn diclofenac, buscopan, tamsulosine en pethidine.

Een steen die groter is dan een halve centimeter kan vaak niet vanzelf door de urineleider omlaag komen. Zo’n steen is te verwijderen met een uitwendige niersteenvergruizer of een kijkoperatie.

Als de steen een opstopping veroorzaakt waardoor u niet meer goed kunt plassen en u ook koorts heeft, wordt u vaak direct opgenomen in het ziekenhuis. U krijgt dan antibiotica en er wordt een tijdelijk afvoerbuisje (drain) in de nier gebracht. De drain, een zogenaamde nefrodrain, zorgt ervoor dat de stuwing afneemt.

Behandeling van nierstenen

De uroloog kiest voor de beste behandelmethode op basis van onderzoek en de gevonden afwijkingen. Meestal is een behandeling nodig voor stenen die ervoor zorgen dat de urine niet goed kan worden afgevoerd, pijnklachten veroorzaken, een urineweginfectie veroorzaken of snel in grootte toenemen. Een behandeling is niet altijd nodig. Soms is het beter om eerst te kijken of het lukt om de steen uit te plassen. 

 De combinatie van de volgende factoren bepaald welke behandeling gekozen wordt:

  • grootte van de steen
  • hardheid van de steen
  • plaats van de steen
  • de bouw (anatomie) van de urinewegen

Meer informatie over de behandelmogelijkheden